Jezus verworpen in Zijn eigen dorp?

Jezus verworpen in Zijn eigen dorp?

Peter Hofland

Jezus kreeg de gelegenheid om te spreken in het dorp waar Hij was opgegroeid.

Hij liet deze kans niet onbenut en hield zich niet in (Luc. 4:16).Waar sommigen zich inhouden onder bekenden, liet Jezus geen vrees voor mensen of afwijzing toe in Zijn hart (Jes.11:3; Jes.50:7; Gal. 1:10).

Aanvankelijk stemden de mensen in met Zijn woorden van genade (Luc. 4:22), maar Jezus kende hun hart en ging verder.Hij wist met welke mentaliteit Hij te maken had. Johannes had hen daar eerder al mee geconfronteerd toen hij zei:“Breng dan vruchten voort in overeenstemming met de bekering, en begin niet bij uzelf te zeggen: ‘Wij hebben Abraham als vader’; want ik zeg u dat God zelfs uit deze stenen kinderen voor Abraham kan verwekken.” (Luc. 3:8)

Jezus wist dat zij zich nog lang niet volledig hadden bekeerd van hun nationalistische en exclusieve mentaliteit:"Wij zijn het uitverkoren volk van God en daarom staat God aan onze kant” – oftewel: zionisme.

Daarom vertelde Hij twee verhalen die ze al kenden uit de Schrift.Maar daarvoor had Hij al laten doorschemeren dat ze Zijn boodschap waarschijnlijk niet zouden kunnen ontvangen. Hij zei:“Voorwaar, Ik zeg u dat geen profeet welgevallig is in zijn vaderstad.” (Luc. 4:24) Waarom? Omdat mensen die je van jongs af aan kennen vaak niet verder kijken dan de buitenkant: je afkomst, je opleiding, je werk, je familie – en daardoor gefilterd luisteren naar wat je zegt (Luc. 4:22).

Toch geeft Hij het een kans, en Hij zegt: “Er waren veel weduwen in Israël in de dagen van Elia, toen de hemel drie jaar en zes maanden gesloten was, zodat er een grote hongersnood kwam over heel het land; en naar geen van hen werd Elia gezonden, maar wel naar Zarfath bij Sidon, naar een vrouw, een weduwe.” (Luc. 4:25-26) 

Het controversiële aan de weduwe in Zarfath is dat zij geen Israëlische is, geen afstammeling van Abraham, maar uit het heidense, Baäl-vererende Sidon. God kiest haar uit boven Israëlische weduwen, in een tijd van oordeel over Israël.Haar geloof en gehoorzaamheid worden beloond, terwijl veel Israëlieten ongehoorzaam zijn. 

Daarna doet Hij er nog een schepje bovenop en vertelt hen nóg een verhaal: “Ook waren er veel melaatsen in Israël in de tijd van de profeet Elisa, en geen van hen werd gereinigd, maar wel Naäman de Syriër.” (Luc. 4:27) Naäman was de bevelhebber van het leger van Aram (Syrië), een natie die regelmatig tegen Israël vocht. Hij was dus een vijand van Gods volk. Dit was uiterst provocerend voor Jezus' Joodse toehoorders. 

Het idee dat God bewust een heiden geneest, terwijl Hij Zijn eigen volk voorbijgaat, was een directe aanval op het religieus nationalisme (zionisme).Het benadrukt: Gods genade is soeverein en niet exclusief voor een etnisch of religieus volk. En zoals Hij al had aangegeven, ontvingen ze Zijn boodschap niet. Hun trots was te groot. Daarom konden ze de boodschap niet horen: dat het om het hart gaat (geloof en gehoorzaamheid), en niet om afkomst (“wij zijn kinderen van Abraham, het uitverkoren volk van God”).

Zo ging de genade van God aan hen voorbij – genade die Hij alleen aan de nederige geeft (Jak.4:6).Ze verharden hun hart en wilden Jezus ombrengen door Hem van de bergrots te gooien (Luc. 4:29). Het is deze religieuze, hardvochtige mentaliteit die over lijken gaat: zij bracht Jezus aan het kruis, stenigde Stefanus en vervolgde de eerste gemeente (1 Thes. 2:15). En toch is er hoop.

Diezelfde mentaliteit en geest had ook een jongeman genaamd Saulus in zijn greep.Hij vervolgde het nieuwe volk van God ; de Kerk, tijdens de tweede exodus die plaatsvond in de 1e eeuw toen God Zijn kinderen bevrijdde van het religieuze juk waaronder ze gebonden waren ( Jes.11:11-12, Hand.2:1-47, Gal.4:5). Maar toen hij een ontmoeting kreeg met Jezus, keerde hij zich radicaal om. 

Hij zag in dat alles in het Oude Testament wees naar Jezus en Zijn Koninkrijk – en dat werd zijn enige boodschap (Hand. 9:18).Zijn afkomst bracht hem geen enkel voordeel, en hij wierp het als vuilnis achter zich (Fil. 3:7-8). 

Nadat hij gemeenten had gesticht, moest hij ze zo nu en dan streng terechtwijzen, omdat ze het nieuwe met het oude begonnen te vermengen (Gal. 1:6-9; 2 Tim. 2:17-18). Iets waar Jezus zelf ook herhaaldelijk voor waarschuwde: “Pas op voor het zuurdesem van de Farizeeën, de schriftgeleerden en van Herodes.” (Mar. 8:15) 

Dit is wat het zionisme in Jezus’ tijd deed, en wat het ook in onze tijd opnieuw probeert. Hoe kun je dit onderscheiden? Jezus zei:“Aan de vruchten kent men de boom.” (Mat. 7:20) Het zionisme ging en gaat over lijken om zijn doel te behalen. Daarom geeft het de Kerk een lelijk gezicht wanneer wij die vermenging opnieuw toelaten.

Wij zijn geroepen om vredestichters te zijn, en om door waarheid en genade verandering te brengen (Mattheüs 5:1-48).

Het zien op Jezus en Zijn Woorden is het enige medicijn om te genezen van het zionisme-virus ( 2 Kor.3:14,16).


Reageer op deze post